Wereldvluchtelingendag 2026: "Vrouwen wachten niet af om levens te redden; ze doen het gewoon."
Als gevolg van wereldwijde gewapende conflicten, snelle democratische achteruitgang en een escalerende milieucrisis hebben meer dan 100 miljoen mensen hun huis en haard moeten verlaten. Vrouwen en meisjes vormen bijna de helft van dit aantal, maar hun specifieke kwetsbaarheden en ervaringen worden binnen de reguliere humanitaire hulpverlening vaak over het hoofd gezien.
In het kader van Wereldvluchtelingendag spraken we met drie experts die werken op het snijvlak van gedwongen ontheemding en gendergelijkheid: Agnès Marsan en Desmond Ongara van de Nederlandse Rode Kruis, en Mekka Abdelgabar, directeur van de The Netherlands-Darfur Women Foundation (VOND). Vanuit hun werk met en voor ontheemde vrouwen wereldwijd laten zij zien dat vrouwen niet slechts passieve slachtoffers zijn van langdurige conflicten, maar actieve leiders en bouwers van gemeenschappen in tijden van crisis.
Het Nederlandse Rode Kruis: “Diversiteit is een concept, maar inclusie is een daad”
Als onderdeel van het grootste humanitaire netwerk ter wereld hebben Agnès en Desmond jarenlang gewerkt in regio's die worden getroffen door langdurige crises en grootschalige ontheemding. Hun werk binnen het Rode Kruis sluit nauw op elkaar aan: terwijl Agnès gebruikmaakt van uitgesplitste data om humanitaire programma’s beter af te stemmen op de behoeften en prioriteiten van vrouwen, zorgt Desmond ervoor dat deze inzichten worden vertaald naar toegankelijke hulpverlening in de praktijk.
Hun ervaring in de humanitaire sector laat keer op keer zien dat vrouwen onevenredig zwaar worden getroffen door gedwongen ontheemding. “Tijdens ontheemding hebben vrouwen minder toegang tot gezondheidszorg en worden zij vaker blootgesteld aan gendergerelateerd geweld en kindhuwelijken,” legt Desmond uit. “Omdat vrouwen vaak geen onafhankelijke juridische status hebben en afhankelijk zijn van een partner, worden zij bovendien geconfronteerd met juridische onzekerheid,” voegt Agnès toe. “Zwangere vrouwen, alleenstaande vrouwen, vrouwen zonder verblijfsdocumenten, vrouwen met een beperking en meisjes zijn daarbij extra kwetsbaar.”
Ontheemding kan er ook toe leiden dat het sociale vangnet waarop vrouwen steunen wegvalt, zegt Agnès. “De veerkracht van vrouwen is vaak gebaseerd op collectieve zorg en onderlinge steun. Wanneer vrouwen ontheemd raken, worden zij losgerukt van deze ondersteunende netwerken. Mannen hebben doorgaans meer toegang tot mobiliteit en instituties, terwijl vrouwen op beide vlakken minder mogelijkheden hebben.” Daarnaast kan ontheemding bestaande ongelijkheden verder versterken. “Vrouwen en meisjes ervaren in elke ontheemdingssituatie naast de hoofdcrisis ook een tweede crisis,” legt Desmond uit. “Vrouwen zijn vaak verantwoordelijk voor het verzamelen van voedsel en water voor hun gezin. Wanneer deze basisvoorzieningen schaars worden, wordt het voor hen nog moeilijker én gevaarlijker om daaraan te komen.”
"Wanneer de veerkracht van vrouwen wordt versterkt, volgt bredere stabiliteit sneller."
Als Gender-, Protection- en Inclusion (PGI)-adviseur werkt Agnès met de Internationale Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging aan om te zorgen dat de ervaringen van ontheemde vrouwen worden meegenomen in de humanitaire hulpverlening. “Het doel is om structurele ongelijkheden goed in beeld te brengen en die mee te nemen in onze programma’s, zodat onze hulp zo eerlijk mogelijk is en vrouwen ondanks die ongelijkheden bereikt. Dat noemen we gender mainstreaming.” Zodra bestaande kwetsbaarheden in kaart zijn gebracht, werkt het team eraan om schade te voorkomen en ruimte te creëren voor feedback. “We hebben veel van dit soort stappen in elke respons om gesprekken over vervolgstappen te structureren,” zegt Agnès. “Het is nooit perfect, maar het is belangrijk om dat gesprek te blijven voeren.”
Desmond legt uit hoe hij gender mainstreaming in de praktijk brengt. “Mijn werkmotto is: diversiteit is een concept, maar inclusie is een daad. Gender-inclusieve benaderingen moeten er eerst van uitgaan dat mensen crises verschillend ervaren, op basis van factoren zoals gender, sociale klasse en beperking […] We werken nauw samen met gemeenschappen en vrijwilligers om risico’s en knelpunten te identificeren. Soms betekent dit het creëren van veilige ruimtes of het kunnen doorverwijzen van overlevenden van gendergerelateerd geweld naar mensen die hen kunnen helpen.”
Als een gemeenschapsgerichte en op vrijwilligers gebaseerde organisatie streeft het Rode Kruis er ook naar om de stemmen van vrouwen zelf centraal te stellen in projecten die hen moeten ondesteunen. “Ontheemde vrouwen worden geraadpleegd via focusgroepsgesprekken, feedbackmechanismen en via vrijwilligers,” legt Desmond uit. “Betekenisvolle participatie gaat verder dan het vragen naar meningen; het gaat om het delen van macht en besluitvorming.” Die proactieve betrokkenheid wordt echter ook bijgestuurd op basis van feedback, zegt Agnès. “We worden steeds beter in het aanpassen en luisteren gaandeweg, in plaats van alleen aan het begin […] Voor ons geldt: als een deel van de gemeenschap geen hulp ontvangt, dan hebben we gefaald.”
“Binnen het Rode Kruis betrekken we vrouwen als besluitvormers om ervoor te zorgen dat voorzieningen hen direct bereiken; niet alleen als ontvangers, maar ook als besluitvormers.”
Met het hoofdkantoor van het Nederlandse Rode Kruis in Den Haag zien Agnès en Desmond ook een rol voor de stad in het versterken van humanitaire steun aan ontheemde gemeenschappen. “Wat we overal ter wereld zien, is dat financiering en de ruimte om humanitaire vraagstukken te bespreken afnemen,” zegt Agnès. “Voor de mensen die dit soort inclusieve hulp nodig hebben, maar ook in het algemeen: als we stoppen met het zorgen voor de behoeften van de helft van de bevolking, wat zijn we dan aan het doen?” Desmond licht toe: “De unieke internationale identiteit die in Den Haag is geworteld, brengt zowel kansen als verantwoordelijkheiden met zich mee. Ons werk is sterk afhankelijk van advocacy; financieringsmogelijkheden komen daaruit voort […] Als deze gesprekken sterker verankerd zouden worden in de instituties van Den Haag, zou dat een breder bereik hebben.”
Die verantwoordelijkheid wordt nog belangrijker nu toenemende maatschappelijke stigmatisering, criminalisering en uitsluiting van migranten, waaronder vrouwen en meisjes, de last die zij al dragen verder vergroten. Volgens Agnès en Desmond is er een dringende noodzaak om dat narratief om te draaien. “Ontheemding betekent dat een gewone persoon zoals jij of ik op een dag wakker wordt en moet vluchten voor zijn leven,” zegt Desmond. “Plots sta je in de rij voor kleding, water en voedsel. Het ontwortelt je leven volledig. Je ontmoet gezinnen die vijf kinderen hadden en er nu nog maar één over hebben, vrouwen die iedereen zijn kwijtgeraakt en daardoor extra kwetsbaar zijn.” Naar aanleiding van haar recente bezoek aan het opvangcentrum in Ter Apel voegt Agnès toe: “Mensen hebben levensbedreigende redenen om te vertrekken. Niemand vertrekt zomaar voor de lol. Gemeenschappen worden sterker als we inzetten op inclusie; waarom zijn mensen vertrokken en hoe kunnen we hier beter over communiceren?”
“Iedereen verdient veiligheid en waardigheid in zijn of haar leven.”
Als antwoord op de vraag wat ze hoop geeft ondanks de uitdagingen, wijst Agnès meteen naar Desmond: “Mijn hoop is Desmond! Als iemand die op het hoofdkantoor werkt, werk je met programmamanagers en afgevaardigden in verschillende landen, en mensen vinden die echte voorvechters en allies zijn, dat geeft mij hoop.”
Desmond haalt ook kracht uit de solidariteit om hem heen: “Ik vind hoop in mensen. Ik zie het in vrijwilligers die migranten helpen, gemeenschappen die nieuwkomers verwelkomen en ontheemde mensen die zich elke dag blijven inzetten, ondanks dat hun leven volledig is ontworteld […] Als humanitair werker word je geconfronteerd met veel leed, maar ook met veel moed en compassie […] We lossen misschien niet alle grote problemen op, maar we doen veel meer dan degenen die niets doen.”
Van individuen hopen zij dezelfde menselijkheid terug te zien: “Creëer bewustwording, pleit voor inclusief beleid en steun het vertrouwen in humanitaire organisaties. We kunnen kiezen voor empathie in plaats van onverschilligheid. Iedereen verdient veiligheid en waardigheid in zijn of haar leven. Deze compassie is wat de wereld nodig heeft, en we kunnen ervoor kiezen die te tonen.”
“Niet iedereen kan een humanitaire hulpverlener zijn, maar iedereen kan ontheemde mensen, waaronder vrouwen en meisjes, steunen. Luister zonder oordeel en doorbreek schadelijke stereotypen…”
Mekka Abdelgabar en VOND: Ondersteuning van ontheemde vrouwen tussen Den Haag en Darfur
Hoewel Mekka al sinds de jaren tachtig in Den Haag woont, is haar inzet voor het versterken van de participatieve rechten van ontheemde vrouwen nauw verbonden met haar wortels in Darfur, een uitgestrekte regio in het westen van Soedan die al lange tijd wordt getroffen door langdurige conflicten en humanitaire crises. Na haar tijdelijke terugkeer naar Soedan in 2002, een jaar voordat het geweld in Darfur escaleerde, zag Mekka van dichtbij de onvermoeibare inzet van Darfurische vrouwen om hun gemeenschappen te ondersteunen. Ze raakte betrokken door het schrijven van subsidieaanvragen voor lokale hulpinitiatieven bij de Nederlandse ambassade in Khartoem, de hoofdstad van Soedan. Na haar definitieve terugkeer naar Nederland richtte Mekka in 2005 VOND op om dat werk op afstand voort te zetten.
Mekka legt uit dat de gevolgen van ontheemding voor Soedanese vrouwen verder gaan dan het verlies van een fysieke woonplek: “Ontheemd zijn betekent niet alleen het verliezen van je waardigheid, je bezittingen en je hoop, maar ook het uiteenvallen van je familie. Vaders, echtgenoten en kinderen verdwijnen of raken verspreid binnen en buiten Soedan, terwijl moeders en zussen achterblijven om het verlies te dragen en het gezin bij elkaar te houden."
“Ontheemde vrouwen worden gedwongen sterk te zijn, sterker dan voorheen. Je houdt je zorgen voor jezelf, onderdrukt je emoties en doet wat nodig is om het gezin in leven te houden. Het betekent jezelf wegcijferen."
Ondanks de disproportionele uitdagingen waarmee zij worden geconfronteerd, ontbreken de perspectieven van Darfurische vrouwen al lange tijd in belangrijke vredesprocessen in Soedan, zegt Mekka. “Onder het voormalige islamistische regime dat Soedan dertig jaar lang regeerde, werden vrouwen vaak niet betrokken bij belangrijke vredesonderhandelingen, en degenen die dat wel waren, werden destijds geselecteerd door de nationale partij. Ook wordt vrouwen uit de Soedanese diaspora vaak verweten partij te kiezen voor de ene of de andere kant.”
Met VOND werkt Mekka er niet alleen aan om Soedanese vrouwen een plek aan de onderhandelingstafel te geven, maar ook om lokale ondersteuningsnetwerken te versterken die door vrouwen zelf zijn opgezet: “Vrouwen in heel Soedan, niet alleen in Darfur, houden zelfs in deze moeilijke tijden gemeenschapsbijeenkomsten. Door vrouwen gerunde gemeenschappelijke keukens zijn actief in steden, op het platteland, in conflictgebieden; overal. Deze vrouwen voeden overal duizenden mensen, ondanks dat ze nauwelijks financiering hebben. Ze wachten niet af om levens te redden; ze doen het gewoon.”
Toen langdurige spanningen tussen de Sudanese Armed Forces (SAF) en de paramilitaire Rapid Support Forces (RSF) in 2023 uitmondden in een brute burgeroorlog, werd Soedan geconfronteerd met de grootste humanitaire crisis ter wereld, die sindsdien heeft geleid tot de interne ontheemding van meer dan 4 miljoen vrouwen en meisjes. De escalatie van geweld in het land heeft ook Mekka’s mogelijkheden om getroffen vrouwen te ondersteunen ingeperkt: “Vóór de recente oorlog kon ik vaak naar Soedan reizen om daar vrouwen te ontmoeten en met hen te overleggen. We vormden commissies en ik bemiddelde tussen conflicterende stammen. Maar nadat de financiering in 2018 stopte en de oorlog uitbrak, werd het onmogelijk om erheen te gaan. De RSF komt uit Darfur, dus veel Darfuriërs worden ervan beschuldigd RSF-aanhangers te zijn. Door mijn activistische werk zouden ze mij ook kunnen beschuldigen van betrokkenheid bij de RSF als ik het land binnenkom.”
In afgelegen gebieden in Soedan waar humanitaire toegang sterk is beperkt, spelen gemeenschapsgeleide initiatieven daarom een belangrijke rol in het opvangen van tekorten. “Hoewel de internationale gemeenschap niet altijd plattelandsgebieden kan bereiken, kunnen lokale gemeenschappen dat wel,” legt Mekka uit. “Het is moeilijk om financiering te krijgen; je moet een voorstel schrijven en een rapport achteraf in het Engels, in formeel professioneel taalgebruik. Dat is een grote barrière […] Vrouwen die in afgelegen gebieden in Soedan wonen en voor kleine organisaties werken, doen enorm belangrijk werk. Juist zij hebben hulp, steun en financiering hard nodig. Zij bereiken de gemeenschappen die dat nodig hebben.”
“Het is een soort puzzel: de families die we ondersteunen laten ons weten dat andere families nog meer hulp nodig hebben, en zo groeit de gemeenschap.”
In Nederland helpt VOND ook Soedanese vrouwen en kinderen uit de diaspora met integratie en gemeenschapsopbouw, bijvoorbeeld door fondsenwervingen te organiseren in lokale buurthuizen. “In Den Haag doet iedereen die betrokken is zijn of haar deel om hun regio te ondersteunen,” zegt Mekka. “We hebben WhatsApp-groepen waarin we oproepen tot steun rondsturen, en samen kunnen we geld sturen naar de groepen die ertoe doen. Als de overheid ons niet kan financieren, proberen we het zelf te doen […] Het is een soort puzzel: de families die we ondersteunen laten ons weten dat andere families nog meer hulp nodig hebben, en zo groeit de gemeenschap.”
Tegelijkertijd roept Mekka ook internationale overheden op om hun inspanningen op te voeren om de aanhoudende verwoesting in Soedan te beëindigen, niet alleen door humanitaire financiering te hervatten, maar ook door hun eigen banden met het conflict te verbreken. “Omdat andere landen wapens leveren aan Soedan, is het conflict een proxyoorlog geworden,” legt Mekka uit. “Wanneer Nederland wapens levert aan de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) en Saudi-Arabië, kan de VAE die doorleveren aan Soedan ter ondersteuning van de RSF, en Saudi-Arabië kan ze doorsturen naar Soedan ter ondersteuning van de SAF. Die medeplichtigheid voedt de oorlog.”
Volgens Mekka kunnen individuen ook hun eigen overheden ter verantwoording roepen. “Verspreid bewustwording en steun financieel als dat kan. Elke kleine bijdrage hier heeft daar een grote impact. En houd je overheid verantwoordelijk. Maak de economische banden van Nederland met de VAE, bijvoorbeeld via goudhandel en wapenleveringen, zichtbaar. Boycot producten die exploitatie in Soedan ondersteunen. Zoveel vrouwen werken in de arabische gom-industrie, maar krijgen daar zelf niets voor terug.”
“We willen samenwerken... Spreek de grootmachten aan en kijk wat er nodig is om hen te laten stoppen met het leveren van deze wapens.”
Anders denken over ontheemding
Het juridische en politieke klimaat rond migratie en ontheemding is steeds harder geworden. Van strikte grenswetten tot gewelddadige aanvallen op lokale opvangcentra: de wereldwijde toename van anti-immigratieretoriek dreigt de rechten van vluchtelingenvrouwen en andere ontheemde gemeenschappen steeds verder uit te hollen.
De toegenomen kwetsbaarheid van ontheemde vrouwen en meisjes in deze context vraagt om gendergevoelige reacties. Tegelijkertijd gaat het beeld van vluchtelingenvrouwen als alleen slachtoffers voorbij aan hun veerkracht en aanpassingsvermogen in de zwaarste crises. Of ze nu moeders, zussen, zorgverleners of hulpverleners zijn; ontheemde vrouwen blijven voortdurend de basis leggen voor het herstel van gemeenschappen die door conflict zijn geplunderd en ontworteld.
Zoals Desmond concludeerd: “Ontheemding is geen politiek vraagstuk; het is een menselijk vraagstuk. Achter elk getal schuilt een moeder die haar kind beschermt, een meisje dat ervan droomt naar school te gaan, of een gezin dat hoopt veilig te zijn. We kunnen mensen niet in hun moeilijkste momenten laten vallen. We moeten hen met compassie ontvangen, niet met discriminatie.”
Doneer aan het Rode Kruis via: Doneer.rodekruis.nl
En volg het werk van het Nederlandse Rode Kruis en VOND via: